Al ben ik oud, en stijf en stram van leden,

François Haverschmidt

Al ben ik oud, en stijf en stram van leden,
Al kom ik ook gebukt deez' feestzaal binnen treden,
Schoon meer dan 80 jaar mijn kromme schouders knellen,
'K voel weêr met nieuwe vaart mijn bloed door d'aadren snellen,
Nu 't puik der jongeliên, de bloem van Leeuwards veste,
Bij Wadman hier vergaard echt van het allerbeste,
En drinkt, zoo 't mannen past, als, wacht eens,
als kartouwen,
Zoo dat voor een mensch een lust om te aanschouwen
Gelijk Aenaeas eens, na jaren angstvol zwerven,
Bij Dido in Carthaag een lekker maal mogt werven
En hoendersoep, en slaai, en applenbolle
En D'biefstuk, gort en haas, en ik en weet neit wat,
Zoo eet Minerva's corps hier groente, vleesch en riest
En tot dessert een taart des koekenbakkers Piest.


[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.