(onvoltooid)
Nauw groet de morgenzon de garentwijnderijen En zijfabrieken van het tierig Elberfeld, Of, geel van minnepijn aan 't eenzaam dons ontsneld, Zit aan der Wupper boord Louise om Sand te schreien. En nauwlijks werpt de maan haar bleke straal op Leien Of Janus Sand laat, door het foltrendst wee gekneld, Een brede tranenstroom met tomeloos geweld Om zijn Louise langs de holle kaken glijen. Weerhoudt die tranen niet, o wreedgescheiden paar! Zij zijn de zoetste troost, die u op aarde bleef, Sinds de arm der politie u van elkander dreef! Wellicht ...
De rest ontbreekt.