François Haverschmidt
Een kijkjen in uw oud Schiedam. Och wil niet gansch vergeten! Gij hebt er toch zeker ook menig uur Van waar genot gesleten. Een onafboenbre roetkorst kleeft (Dat 's waar) aan iederen gevel, En over havens en straten hangt (zweeft) Er een eeuwige steenkolennevel. Ook zou alleen een verkouden mensch Op zijn eerewoord durven ontkennen, Dat het makkelijk valt, om aan den geur van deze stad te wennen. Hier mengt de gist haar zoetigen walm Met zure spoelingsdampen, Wijl mestossenstal en beschadigde gerst Om den prijs van uw neusorgaan kampen. En voeg daar nu de wasems bij Die er onophoudelijk stijgen Uit glasblazerij en kaarsenfabriek Dan zoudt ge er genóeg van krijgen. Gelukkig maar dat de boventoon In het koor van al deze stanken Toch altoos blijft en blijven zal Aan den edelsten aller dranken. Dien drank die van ons Hollandsch volk Het nakroost van stoere reuzen (van watergeuzen), Nog eenmaal, zegt men, een bende maakt VAn louter jeneverneuzen... Doch zoo er dus wel dit en dat Op haar viel af te dingen, Voor u toch knoopen zich aan Schiedam Ook schoone erinneringen. Ik meen, gij vindt er nu en dan Wel uren en wel menschen, Die gij bij poozen van heeler hart Terug zoudt kunnen wenschen In ieder geval (daar sta ik voor in) Schuilt er tusschen de branderijen Nog meer dan eentje, die er U Terugwenscht tusschenbeien. Zij gunnen u de weelde wel Van het frissche buitenleven, Doch hadden met dat al wàt graag Dat ge onder (bij) hen waart gebleven. En ging dat niet langer, in vredesnaam, Ze willen dan maar denken, Dat gij hun in uw binnenste soms Nog een vriendelijken groet blijft schenken. Zoon groet ook vraagt, zoo vaak uw oog Weer eens rust op dit stadsgezichtje, Voor hem en zijn huis in het Zwart Schiedam De maker van dit dichtje.
Sept. 1880
[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.