Piet Paaltjens
(na het lezen van zijn bundeltjen: Een liefdegift
Ik heb uw Dichtkunst vroeg bemind:
'k Zweefde op haar zangerige stroom en
......................................
De waereld in des bonte droomen.
Kom hier; mijn harp! nog ééns wil 'k u betokkelen! Nog ééns wil ik met goddelijke klang Mij storten in de kolk des poëzij, en Steinmetz Verheffen in mijn zwanenzang! O Bard uit Kampen! Troetelkind der Muzen! Uw onnavolgbaar liederengeschal Bragt kalmte in mijn gemoed; ik kon weêr rustig slapen Bij 't lezen van uw hemelval. Uw dichtvuurkracht, u gansch ten zieleleven, Zij werd ook mij tot boezenartsenij, En op de vleuglen uw zuivre harpakkoorden Ontzweefde mijne wanhoop mij. Heb voor die weldaad dank! - o, Moog nog dikwijls Mijn ziel zich warmen aan uw dichtvuurgeest! - Hoe eeuwig jammer, dat, zooals jij zelf verzekert, Die geest in strijd is met uw leest! Weerhoudt dat gebrek u niet van zingen! Wijd lang nog 't daggodsaangezigt uw lied! o, Zijg uwe elpen lier van d' uchtendstondbrand, 't nachtoog En wijsheidscheppingskracht toch niet! Zij male ons in oorspronkelijke beelden Nog vaak zoo schoon schoon het zaalgenfeestgekriel: Dat geeft u lauweren voor meer dan één jaarduizend En dat geeft balsem voor mijn ziel. Vol nedrigheid verklaart gij in uw vooreên: nog eens iets goeds te leevren is mijn doel; Ach gij weet nog niet half, hoe zalig 'k door dat uitzigt, F.F.C. Steinmetz mij gevoel!
Godesburg,
Augustus 1853
[Piet Paaltjens pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.