Andries Pels (1631-1681)

Harten veroveren....

      Harten veroveren,
Zielen betoveren,
Is zulk een kunst niet, Filles, als het schijnt:
Staat gy na moogenheid,
Zo toon médoogenheid,
Wanneer een Minnaar om uw’ schoonheid kwijnt,
Zyt gy wéêrspannig,
Gy zijt tierranig;
Kwél my dan niet, óf hélp my uit myn pyn:
Toont gy afkeerlijkheid
Van myn begeerlijkheid,
Ik wil niet langer in uw’ banden zyn.

      Alle uw’ manierlijkheid
Geeft u geen sielijkheid,
Alle uwe geestigheid dient waerd bespot,
Alle uwe aantrékk’lijkheid
Is maar gebrékk’lijkheid,
Misgunt gy aan een Minnaar uw genot:
Ons jonge leeven
Is ons gegeven,
Om te besteeden in dat zoet vermaak.
Wat waar ’t my wénschelijk,
Waart gy wat ménschelijk,
’k Vrees dat ik anders in mijn vryheid raak.

      Kom dan, myn waardige,
Dartele, én aardige,
Die op de min zo fél ontsteeken zijt;
Dwing tóch uw’ zinlijkheid,
Gun my uw’ minn’lijkheid,
Daar ik zo lang vergeefs héb om gevrijdt:
Ay, stél uw zinnen
Tóch eens tot minnen,
Deel, zo gy wys zijt, méê in ’swaerelds vreugd;
Want zijt gy lieffelijk,
En niet gerieffelijk,
Wat baaten u de gaaven van de jeugd.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 24-aug-96