Jacques Perk

Avond

Wanneer in ademloozen schemerschijn
De vleêrmuis zwijgend wiekt in lage kringen,
En de aarde staart naar de eerste tintelingen
Der zilvren spangen van het nachtgordijn;

Als dan door 't loof der luistrende jasmijn
De luwtjes geur'ge wiegeliedren zingen,
En sluimer daalt op breede duivezwingen...
Dan is het zalig, om alleen te zijn.

Dan is het zalig, 't lachend oog te luiken,
Waar fulpen rust op neerzijgt, die verkwikt,
En leeft van 't zoete liefdedroomen sluiken.

O, driewerf zalig, wien het werd beschikt,
Om in de zee der sluimring neer te duiken
Als daar een lief gelaat hem tegenblikt!


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster