Jacques Perk

Erato (IV)

De purpren avond was in 't west verdwenen
En glanzend zilver droomde op donkere aarde,
Toen is de blonde Muze mij verschenen....
Mijn ziel werd vuur 'toen haar mijn oog ontwaarde.

Geknield strekte ik mijn armen naar haar henen, -
'k Omhelsde louter lucht - ik viel aan 't weenen:
Haar blik was eindloos-teêr, toen ze op mij staarde, -
'k Gevoelde een kus op 't voorhoofd, - ze openbaarde:

"Een hooge liefde zal uw hart doordringen:
Gij zult beminnen, zalig zijn en scheiden,
Gescheiden zwerven, zwervend liefde zingen,

En peinzend zult gij 't wederzien verbeiden,
En naar een vrouw gedachte en smachten leiden,
En mijmrend leven van herinneringen." -


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster