Jacques Perk

Aanzoek (XIX)

Wat werd ik zonderling opeens te moede,
Toen gij mij, lieve, vleiend hadt gevraagd:
"Aanbid, met mij vereend, de Moedermaagd,
En neem mijn godsdienst aan: het is een goede.

Ik zal Haar bidden, dat Zij u behoede;
Dat mijn geloof oók in ùw harte daagt;
Geloof, als ik; het ongeloof verlaagt,
En 'k hoop, dat uw gemoed nog vroomheid voede!"

Zoo fleemdet ge, en gij zaagt mij smeekend aan;
Ik had zoo gaarne toen uw zin gedaan:
't Geloof is beter dan het niet-gelooven.

Doch neen, behoud uw godsdienst, mijn vriendin!
Hij maakt u goed, laat mij mijn eigen zin:
Wat hij ú schenkt, dat zou hij mij ontrooven. -


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster