Jacques Perk

Onthulling (XXII)

Eens zag ik om mijn liefde sluiers glijden,
En toen ze omhuld bleef, is mijn vreugd gevlucht....
Thans zijn de raadselnevels blauwe lucht,
Die zich aan 't aangezicht der liefde vlijden....

Nooit zal mijn weeldekus uw wang ontwijden,
Uw huivrende aanblik is mijn eêlst genucht:
Woonde er begeerte naar u in een zucht,
Zou 'k dan u aan uw minnaar niet benijden?

't Is of uw zachtheid, liefde en mededoogen
Vereering voor "het vrouwlijke" beveelt:
Want hiervan is uw blonde schoonheid beeld!

De ware vrouw in u houdt me opgetogen....
En zúlk een liefde is niet, die elk begrijpt:
Uw schoonheid heeft mijn ziel daartoe gerijpt.


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster