Jacques Perk

O, noodlot! (XXVI)

Wie naar ons staren, staren naar ons beiden,
Als waren wij gelukkig en verloofd;
Men ziet ons aan, en wenkt met oog en hoofd,
En wil ons vreugd door wedervreugd bereiden.

Mathilde! ik zou u nimmer kunnen leiden
Door 't leven! 't Noodlot, dat gij wijs gelooft,
Scheidt mij van u, die mijn verdriet me ontrooft
En vroolijk hart.... Ik kn niet van u scheiden....

En tòch, die Macht, die over 't menschdom waakt,
Is wijs, en doet mij wijslijk u verlaten,
Omdat, hoog wezen! Gij me een onding maakt!

Ik leef in ú, en denk en doe als gij,
Ik ga mijzelf, zooals ik nú ben, haten -
Tot dweper, tot een jonkvrouw maakt gij mij...!


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster