Jacques Perk

Uchtendgroet (XXXIII)

De hemel vlamt; de blonde dageraad
Rijst uit die rotsen, en vervult met geuren
Het dal, dat zich in gloed van rozen baadt,
En zwelgt in frisschen dauw en gouden kleuren.

Gegroet, gij bergen in uw pronkgewaad
En zomerhoogtij-dos! Uw kammen beuren
Het hart omhoog, dat voor de Schoonheid slaat,
En uit de roos, Natuur, wil honig puren.

Vaarwel nu, zandig strand en wilgenplassen,
Mijn vaderland, dat ik daar achterlaat,
Waar lisschen en... vergeet-mij-nieten wassen!

Geloof niet, dat ik, van u verre, u smaad
Ik, in den vreemde alleen, haat uw moerassen,
Zooals ik vriend en maag en ouder haat!


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster