Jacques Perk

Fakkelglans (XXXIX)

Hier is het lachend morgenrood een logen
En 't leven en 't genot! - Langs steenen bochten
Komt uit de verre diepte een licht gevlogen,
(Gelijk een glimvlieg) en teelt wangedrochten;

Al wilder wordt de vlam: in glołnde bogen
Golft bloedig licht door 't gapend hol der krochten,
En doet hun duister zien aan duizlende oogen,
Die gruwen, voor wat dood en stilte wrochtten;

Nu trilt mijn schaduw langs de grauwe wanden,
Nu sjirpt de heesche nacht daar in den hoogen,
Waar 't grimmelt aan des helschen hemels randen,
Van wie daar fladdrend kleven aan de togen....

O, God! Mathilde... ik zie uw beeld mij wenken,
En moet aan ú, geluk en liefde, denken!


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster