Jacques Perk

De holle berg (XLI)

"O, zonlicht!" - Op een dennenwoud van rotsen,
Wier top mijn langste schaduw niet genaakt,
Is 't, of een sombre reus zijn hel bewaakt,
En, wat zich roert, dreigt met granieten knotsen.

Geen einde links, géen rechts; het duister braakt
Gore gevaarten; eeuwge tranen trotsen
Alleen de stilte en dood; de hars-toorts kraakt;
De voet doet kei op-kei in de' afgrond klotsen.

Dat starrenlooze zwerk, dat de' am beklemt
Die leegte, die zich rondt in 't nederwelven...
Een leeuwenmuil, oneindig opgesperd!

Daar grimmen tanden hier en in de vert'....
Mathilde!.... Koude schuift door 't bloed, dat stremt...
En 'k voel een diepe duizling me onderdelven....


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster