Jacques Perk

Machtige aandrift (XLVIII)

Neen, groenend woud en duizend zangerkelen!
Neen, lachend meir, waaruit de lisschen doemen;
Neen, rozen, wie de nachtegalen roemen! -
Ik kàn niet, lokkend loover der abeelen!

Gij wilt me uw zoetste vreugden mededeelen,
En wellicht zult gij mij ondankbaar noemen...
Mij trekt, mij trekt de schoonste bloem der bloemen:
Mathilde's beeld komt ziel en zinnen streelen!

Zij, die, waar 'k eenzaam was, was aan mijn' zijde,
Die altijd om mij henen scheen te zweven,
En 't lage deed ontvliˆn ten allen tijde,

Die mij doet zien, wat schoon is en verheven,
De vrouwe, wie ik ziel en zangen wijde,
Haar moet ik weêrzien... koste 't ook mijn leven! -


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster