Jacques Perk

Mijn hart (L)

En met gespannen wieken hangt hij zwevend,
De Sfynx, op geuren, boven de' open mond
Der blonde bloem, en in den diepsten grond
Der keel wringt hij de tong, naar honing strevend;

En de elzen, waar zich 't geiteblad door wond,
Omhelzen 't stoeiend paar, van vreugde bevend,
En hen omhelst de Nacht, een wade wevend
Van zilver, die om boom en bloem zich rondt.

En voor heur honing koopt de bloem zich kroost;
En voor 't bevruchten koopt de vlinder honing,
Wanneer het duister met het maanlicht koost:

Zoo wisselen zij giften en belooning,
't Geluk ontkiemt uit droefenis en troost -
Mijn hart! Mijn hart! zóo wil de minbetooning....


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster