Jacques Perk

Vrij (LIII)

De lauwe wind zweeft aan op loome zwingen
En spartelt door de loovers der abeelen,
Die ritselend de zonnestralen streelen,
En 't water en zijn hellen glans bezingen.

Hoor! hoe in 't veld de leeuweriken kweelen!
In de' oofthof, waar de geuren 't al doordringen,
Daar zwerven met haar mee de zwervelingen,
De vlinders, die om bloem en bezie spelen.

Mijn ziele zwerft als zij, maar kan niet vinden.
Zij ziet, hoe alles zich door iets voelt binden,
En voelt zich vrij.... De rijpe vrucht, gespleten,

Bij 't smakken in het zand, is vrij. We ontvangen
Den dood, terwijl we 't vrije Zijn erlangen:
Ik kan, ik kán Mathilde niet vergeten!


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster