Jacques Perk

De kluizenaar (LVII)

Hoog, op den bergtop, rijst de kleine kluis,
Uit groenend hout en mossig riet geboren:
Door sparre en lorke vaart een zacht geruisch
En wie daar zingen, doen een loflied hooren;

Vrij dartelt om de hut de vale muis, -
Het dal ligt in den gloed der zon te gloren,
Maar in de grauwe pij, voor 't houten kruis,
Ligt de eenzame, in geprevel als verloren.

De grijze zoekt den vrede in eigen-kwellen,
En wil zich martlen tot een heilig man,
En schijnt geen traan van 't zinkend oog te tellen, -

Doch zon en bloem en vogel gruwt er van:
Hij zoekt het leed, dat zij verblijd ontsnellen,
En vrede heeft, wie vreugde vinden kan...


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster