Jacques Perk

Vloed (LXIV)

De dag verdween in tranen: regen gudst
Langs rots en ruigte, en klettert op de paden -
Wat stuit de golf, die langs de bergen klutst,
En breekt door 't woud, met rots en woud beladen?

De stroom zwelt aan, en bruist en schuurt ontrust
Den boord, die valt, om straks het hoofd te baden
In 't vochtig, vratig graf, dat Judaskust,
En zwelgt de bloemen, met een kus verraden.

Ik zie de dorre schelven aangegrepen
Door 't schuimend diep - als wolken wit en grauw -
En zie het rund al loeiend medesleepen...

En beef.... Een kreet, een gil klinkt schril en rauw:
De landman, door de waatren vast-genepen,
Wordt in den dood gesleurd met breeden klauw. -


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster