Jacques Perk

Het grafkruis (LXVIII)

Haar viel de rots op 't hart, toen in zijn woede
De geest des afgronds haar tot offer koos,
En nedersmakte 't blok, meêdoogenloos,
Op wie zich zingend naar heur kindren spoedde:

Nu bloeit aan 't murwe groeve-kruis de roos,
Tezelfder stede, waar heur wonde bloedde,
En onder 't berkeloof klinkt, blij te moede,
Het lied des levens op het kruis des doods:

Een vogel zingt er van Geloof en Hopen,
En jubelt in de loover-schaûw zijn zang -
En 't hart der rozeknop gaat luistrend open:

En 't wordt den zwerver in den boezem bang;
Hij voelt de tranen langs de wangen loopen,
En plukt een roos, en gaat met zachten gang..


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster