Jacques Perk

De bede in 't woud (LXXIII)

Met blauwe, droomende oogen staart op 't woud
De hemel, en, waar speelsche zonnestralen
En mos en groene loover-zee bemalen
Met een geweven waas van louter goud,

Daar, knielend naast een heilge nis, aanschouwt
Hij biddende onschuld, en in zeegnend dalen,
Laat hij zijn blikken in heur blikken pralen,
En zendt der ziele vreˆ, die hem vertrouwt.

Gij badt den hemel, vrome maagd! om vrede
Voor 't hart, van wie u dierbaar zijn, en rust
En vreê daalde in úw boezem bij die bede:

O, ziele! u van uw zachtheid onbewust,
Gevoelt ge ootmoedig menschen-levens mede,
Als loon der plicht wordt vrede u ingekust.


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster