Jacques Perk

Het lied des storms (LXXX)

Door 't woud der pijnen kreunt en zucht de wind,
En machtig wuiven de gepluimde toppen,
En strooien rond de zware schilfer-knoppen,
Die stuiven over 't knerpend naalden-grint:

En uit het hemel-groen dier ruige koppen,
Die schudden: ja, en neen, van woede ontzind....
Daalt daar een lied op 't bevend menschenkind,
Dat van een grootsch ontzag de borst voelt kloppen:

"De duizend, die zichzelf nooit wezen konden,
Bezitten saêm één waarheid, die hen bindt -
Hun is 't geloof, dat spreekt uit duizend monden;

Maar wie, wat menschlijk waar is, zelf ontgint,
Voelt zich aan zich door zich alleen verbonden,
En weet, dat hij voor zich slechts waarheid vindt."


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster