Jacques Perk

Hemelvaart (LXXXI)

De rondende afgrond blauwt in zonnegloed,
En wijkt ver in de verte en hoog naar boven, -
Mijn ziel wiekt als een leeuwriks-lied naar boven,
Tot, boven 't licht, haar lichter licht gemoet:

Zij baadt zich in den lauwen aether-vloed,
En hoort met hosianna's 't leven loven, -
Het floers is weg van de eeuwigheid geschoven,
De Godheid troont.... diep in mijn trotsch gemoed;

De hemel is mijn hart, en met den voet
Druk ik loodzwaar den schemel mijner aard',
En, nederblikkend, is mijn glimlach zoet:

Ik zie daar onverstand en ziele-voosheid....
Genoegen lacht.... ik lach.... en, met een vaart,
Stoot ik de waereld weg in de eindeloosheid.


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster