Jacques Perk

Zegen mij (XC)

Gij, zachtheid, waar de vrouw op oogen moet!
Uw beeld zal nimmer uit mijn boezem wijken,
En zich er spieg'len, als in 't beekje uw voet
Uw voetje, waarlangs heen de vliet kwam strijken.

Gelijk het Goede zult gij voor mij prijken,
Dat, schoon, zijn minnaar voor het kwade hoedt.
De vrouw, die 'k minnen zal, moet ú lijken.
Opdat ze in háar mij ú beminnen doet.

Beminde een ieder, wat ik min in ú,
De wereld waar' gelukkiger dan nu:
Met zachtheid zou men 't ruwe en harde aanschouwen.

Waart gij het ideaal van alle vrouwen....
Nooit streefde een vrouw haar roeping dan voorbij!
De zegen Gods verzelle u! De uwe mij!


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster