Jacques Perk

Het doode gaaike (XCIV)

Daar treurde een vinkje bij haar gaaike dood,
En sprak: "Kunt gij uw wieken niet bewegen,
Kunt gij niet staan? Nooit hebt ge zóo gezwegen....
Gij zijt mijn gaaike niet, dat vroolijk floot!

Dit is geen vogel meer: hij schijnt ontbloot
Van wenschen, en zoo rustig neêrgezegen,
Alsof hij, wat hij wenschte, had verkregen,
En of hij lang-gehoopt geluk genoot."

- "Dood" (sprak een oude raaf) "is uw genoot:
Nooit kust hij meer, nooit hoort ge meer zijn zangen." -
Toen schreide 't vinkje: haar gemis was groot....

"Dank, had gij lief! 't geluk heeft hij ontvangen,"
(Zei de ander) "leven en verlangen vlood:
Gelukkig is, wie niets heeft te verlangen."


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster