Jacques Perk

Gebenedijde stonde (VI)

O, lieflijkste van alle lieve vrouwen!
Gij, hoogbegaafd met schoon en kunstvermogen!
'k Zie, jonge bloem, de blaadjes u ontvouwen,
Nog onlangs tot een slanken knop gebogen!

Gezegend uur, waarop mijn zalige oogen
U mochten vol genot en weelde aanschouwen
En zien u met een zachtheid overtogen,
Waarop de kracht een Ideaal moet bouwen!

Toen ik u zag, voelde ik mijn wangen gloeien,
En weer in mijn gemoed de liefde ontbloeien,
Die lang in 't ijs der droefheid lag besloten.

"O, aarde!" riep ik, toen 'k uw aanblik had genoten,
"Gij zijt een hemel! 'k Hoor der englen wieken suizen,
Zoolang gij zulke heiligen blijft huizen!"


Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster