Jan Prins

Hero

Zij staat onder het licht en huivert in den nacht.
Met een onzekerheid van wankelige stralen
omhangt de fakkel haar. Zij staat en waakt en wacht.
Zij luistert, en zij kan bijkans niet ademhalen
van ingehouden angst en onrust. In het rond
is duisternis, en uit de diepte, langs den toren
opklimmend uit de verten van den Hellespont,
is die onpeilbaarheid van droef gedruisch te hooren,
die met de zich verbreedende beweging mee
van 't wijde water deint. - Daar brandt, daar breekt de zee.

Zij, in de ledigheid verloren, wacht en tuurt.
Hoe lang haar in de stilte 't eenzaam waken duurt,
hoezeer of de uren haar den uren ook gelijken,
zij wijkt of wankelt niet. Zij laat den tijd verstrijken,
en ziet onafgewend over de golven uit.
Zij onderzoekt den nacht, beluistert elk geluid,
en van omhoog over de duisternis gebogen,
met lippen, trillend van bewogenheid, met oogen
die spieden in de ruimte staat zij, onbekwaam
te scheiden, vol van angst. vol van Leanders naam.

Zij wacht. En in de rust van dit verholen uur
is haar gebaar een vlam. is haar geduld een vuur
dat over de aarde staat. Zij wacht. Over de wijde
watergeheimenis laat zij de stralen glijden
van den flambouw, die waait en wappert in den nacht
en hoog is in de alomverlatenheid. Zij wacht,
en voor den wind met haar gewaad de vlam beschermend,
als om iets teeders, iets nooddruftigs zich ontfermend,
staat ze overschenen in 't ontastbare opgericht,
een teeken in den nacht zij zelve, - zelve een licht.

En diep vanuit de verre donkerte, onvermoeid,
ontembaar doemt de zwemmer op, en hij doorroeit
de ruime duisternis met zijn bedaarde slagen.
Geduldig, als door een noodwendigheid gedragen,
stuwt hij zich verder, en doorvaart de stilte, en drinkt
den ongewissen schijn, die van den toren zinkt,
met dorstende oogen in. Dan, onder schuim bedolven,
doorworstelt hij den nacht en dan, over de golven,
is 't hem aanbrekende waarneembaar weer van ver.

Zoo, rustig, stuurt hij voort op liefdes lichte ster.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster