Jan Prins

De Mist

De mist, onzeker,
dan grauw, dan bleeker
hangt om ons heen.
De schim van stranden,
van lage landen,
verzonk. verdween.

Wij turen, turen
door eenzame uren
en dan, een wijl, -
als vanuit droomen
tot ons gekomen, -
verschijnt een zeil.

Wij zien, - een rimpel
in 't licht, - den wimpel
hoog in den mist
voorbij ons drijven.
Daaronder blijven
als weggewischt

de vage lijnen,
die weer verdwijnen.
Een horen klinkt,
en van een schinkel
rukt het gerinkel.
En dan verzinkt

alles in 't wijde
vaal uitgespreide
voor ons gezicht.
De mist, al-nauwer,
dan bleek, dan grauwer
klemt om ons dicht.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster