Jan Prins

De Parel

De wereld, zooals onze geest die kent
ligt in den schoot van toekomst en verleden
het onvergankelijke toegewend,
dat zich voltrekt in haar verganklijkheden.

Al wat zij voortbrengt heeft zich opgericht
vanuit een aanvang, in zichzelf gevonden,
en breidt zich uit en bloeit onder het licht, -
en gaat dan in zichzelve weer te gronde.

Maar over de gerustheid uwer oogen
liggen de schalen, rond en zwaar, gebogen
van 't losse haar, dat om de slapen vlucht. -
Een gave parel schemert aan uw hals.

't Oneindige dat ons vervult is als
het even licht zijn nog van de avondlucht.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster