Jan Prins

Soerabaja

(Erythrina lithosperma)

Onder de bruggen van Soerabaja
slingert zich donker en diep de rivier,
en door zijn straten, en door zijn stegen
wringt de verdichting zich van het vertier.

Driftige motors, versleten karossen,
bellende trams, een bestendige drom
van al wat ratelt beweegt langs de wegen,
en komt langs andere wegen weerom.

Daar tusschen door gaan de plechtige stieren
onder den dwang van het neustouw. Bedaard
stappen zij voort, met de puntige hoeven,
met den langharizen pluim van den staart.

Achter hen, boven de wankele wielen,
waggelt de kar, als een zeeschip in zee,
't hellende dak over hooge paneelen,
in de beweging der menigte mee.

En over alles, over de hoofden,
over de huizen, over de straat,
over het schamel ontwikkeld geboomte,
over wat komt en over wat gaat,

over de zwoegende ruggen der koelies,
overal, - sedert de morgen begon
zich te verlossen uit schemer en nevel, -
schatert en schittert en davert de zon.

Op de rivier, naar de zilveren reede,
varen de lijvige laadprauwen uit
onder den ijver van wrikken en boomen
en met de botsing van schuit tegen schuit.

En dan opeens valt de helderheid open
van het langwerpige driekante zeil.
Eerst in de warreling van 't zich ontvouwen,
kronkelt het zich nog en klappert een wijl,

maar heeft het eenmaal de koelte gegrepen
en van den wind zich verzadigd, dan doet
het zich de gretige vaartuigen reppen,
't opene van het verschiet tegemoet.

Achter hen, met haar geblakerde pleinen,
met haar gesluierde woningen, hijgt
onder het zonlicht de stad, in de hitte,
die van 't plaveisel den hemel in stijgt.

Moeitevol trappelen schonkige paarden
over het asfalt. Een zwoelzoete geur
hangt om de koelte der pakhuisgebouwen.
Onder de hevige zon schijnt de kleur

in iets vaalwittig verblindends geweken.
Hoog over huizen en hoven gesticht,
koepelt de middag. - Op daken, op straten
regent en regent en regent het licht.

.
Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster