Jan Prins

Gesneeden Steenen VI

Over het land van ons verlangen
was de verheven hemel, strak
en ongenaakbaar, als een dak
van louter zonlicht uitgehangen.
De middag, in het vijvervlak,
lag als in roerloosheid gevangen.
Daar was geen rimpel, die het lange
bestendig zijn der stilte brak.

Geen windje waaide er aan de lucht.
Daar was geen enkel ver gerucht
in 't wijde uur waar de hitte in trilde.
Daar was alleen, vanuit het riet,
een kleine vogel, die zijn lied
al hooger en al hooger tilde.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster