Jan Prins

Gesneeden Steenen VIII

Toen uit de kronkelige kreken
der kust de mensch te voorschijn kwam,
en de eerste maal het ondernam,
in 't onomvatbare af te steken,
en toen, - het land uit zicht geweken, -
hij vóór zich met zijn hooge vlam
den avond als achter een dam
van dreigend water uit zag breken,

toen, in zijn vaartuig dat, omgeven
van 't eeuwige, de golven kliefde,
vond hij zich hulpeloos en klein.
Zoo, uit de kreken van het leven,
mocht het ook ons te moede zijn
voor de eindeloosheid van de liefde.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster