Jan Prins

Het Vergezicht

De wereld ligt met haar gewemel, -
één niet te omvatten vergezicht, -
onder de welving van den hemel
als onder een gebouw van licht.

Tegen de heuvels, in de straten,
tot in de diepste verten zijn
de menschen samen in den laten
verzadigden namiddag-schijn.

Hun vele kleedingen versieren
't rustige landschap. - In het rond
zijn zij tezamen, en zij vieren
het feest van dezen avondstond.

Den nacht met zijn verzonkene uren
gaat hun verwachting tegemoet,
zijn stilten, die voor eeuwig duren. -
Mijn God, wat is het leven goed,

hoe zuiver staat over de landen,
waarin 't aangolvende geluid
der vesperklok met volle handen
geworpen wordt, de nadag uit.

De schemer valt, de wolken gloeien...
Onder den wijden hemel ligt,
met hare vormen die vervloeien,
de wereld als één vergezicht.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster