Jan Prins

De Zeilen

Ver over de zonnige heide
stond tot den golvenden rand,
die 't lichte van 't donkere scheidde,
de dag, - stond de morgen in brand,
en dralend en drijvend tegen
het blauw, met elkander mee,
zag men zich de wolken bewegen,
als zeilen over de zee.

Wij lagen onder den hemel,
onder den machtigen dom
van wisseling en gewemel,
van peillooze stilte rondom. -
Wij lagen er, en wij zagen
naar einders heimlijke ree
het langzaam gaan onzer dagen, -
als zeilen over de zee.

Maar in uw liefde geborgen,
was ik als een weerloos kind
in den ontzaglijken morgen
van licht en van ruimte en van wind, -
en voor mij uit, - in den zachten,
in den onvatbaren vree
van ons geluk, - mijn gedachten,
als zeilen over de zee.


Uit de bundel: Verschijningen Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster