Hannibal

Prosper van Langendonck

Daar op den ruwen kant der Alpen, als een slang
in pijnlijk zwoegen opwaarts kronklend, wild omstoven
door sneeuwjacht, klimt langs steile rotsen, diepe kloven
het heir van Hannibal reeds uren, uren lang ...

En ijslijk wordt de kamp en eindloos schijnt het sloven
en wroeten; wanhoop grijpt hen aan; wijl rang aan rang
bezwijken, huilt de wind der sombren doodenzang,
en 't oproer zwelt en 't leger staakt den tocht naar boven ...

Vol spijt aanschouwt de held die laffe muiterij,
die 't reuzenwerk vernielt, zoo na bij 't doel gekomen;
hij spreekt: wat diepe toon van sombre razernij!

De ontgloeide scharen rukken de bergen over, stroomen
Itaaljen in; haar strijdzang dreunt als 't stormgetij ..
Ginds, aan den Tiber, beeft het nooit verwonnen Romen.


1885

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.