Golgotha

Prosper van Langendonck

Toen zwerfde ik langs 't oord, uit welks onvruchtbre gronden
alleen de plant der wanhoop spruit; - waar niets meer zingt,
niet zelfs sirenenzang; - waar 't hart in 't ijdle zinkt,
daar ook het vreemd genot der treurnis is verzwonden.

Plots raakte een wiekgezoef me en 't zag hoe, voor ons zonden,
nog 't godlijk boethout op Golgotha's heuvlen blinkt,
wijl 't branden "sitio" door de eeuwen henenklinkt
en bloed- op bloeddrop glijdt uit ongestelpte wonden.

En 'k wendde 't oog naar Hem, die lijdt en heeft geleên!
Uit eigen zwakheid is ontstaan ons eigen lijden:
Hij leed om de euvlen van de toekomst en 't voorheen.

En dorst ik, Jezus, u mijn dank en boetezang wijden,
ik hoopte - o mochte 't - dat, in 't lijden, wreed verduurd,
der wroeging vuurge kool mijn lippen had gepuurd!


1885

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.