Waarom u blik....

Prosper van Langendonck

Waarom uw blik mijn blik niet boeit?
  Waarom uw lach mijn lach niet wekt?
Waarom niet heel mijn hart ontgloeit
bij 't schittren van de reinste schatten
  dat elk gemoed naar 't uwe trekt?

Eens zwom mijn ziel, als uwe ziel,
  in wondre wonne en zonneschijn;
maar 't leven kwam, de sluier viel,
die 't al met tooverwaas omschemert,
  en naakt bleef de aarde als een woestijn.

Gij drukt zoo argloos elke bloem
  met wellust aan den rooden mond:
ik zocht den grond van liefde en roem;
wat bleef er van dat rustloos streven?
  De geest ontgoocheld, 't hart gewond!

Uw leven is de kalme vloed,
  die zeewaarts helt met zachte baar:
mijn leven is de zwarte vloed,
die negenmaal de hel omkronkelt
  en wegvloeit ... ik en weet niet waar ...

Waarom uw blik mijn blik niet boeit?
  Waarom uw lach mijn lach niet wekt?
Zeg, kan de roos, die 't graf ombloeit,
de koude lijken nog bekoren,
  in blanke doodswâ neergestrekt?


1887

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.