Ontwaking

Prosper van Langendonck

Zoo de koude winter het hart verkleumde,
zoo er logge wolken den geest bezwaarden,
dan, bij 't eerste lentegejuich, verscheurd de
             knellende banden!

Naar het veld!  Ginds baadt het in vollen zongloed:
't hart ontwaakt en zwelt er van lust; verrukkend
zingt in 't hoofd een wonnige droom en lenigt
             knagende smarten.

't Water trilt wellustig bij 't windgefladder,
Iedre knop wordt bloem; de hergroende wouden
zwaaien zegepalmen en vlinders vonklen, -
             vliegende bloemen!

't Frisch geboomte jubelt van vogelzangen.
- Geur en kleur en klank! - In het hart ook geurt de
bloem der hoop: de vogel der vreugde klapwiekt
             zingend ten hemel!

O natuur! o moeder! op uwen boezem
wiegt gij liefdrijk uwe vermoeide kindren,
schenkt hun leven weer en verkwikt hen aan uw
             krachtige borsten!


1887

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.