Naar 't wonderland

Prosper van Langendonck

En 't schoone omvatten in zijn reinste vormen,
en altijd hooger, hooger willen streven ....
Hoe droef te ontwaken op het land der wormen!

L. Buyst

Naar 't wonderland der poëzie,
daarheen uw rustloos zielestreven,
waar bontgewiekte droomen zweven,
vol kleur en lijn en melodie.

Wanneer de sluimrende avond daalt
vlot ginds uw geest in neevlig droomen
en ziet er vreemde vormen droomen,
door warmen schemerglans omstraald.

Strakmijmrig blijven de oogen staren:
het onbepaalde vormt een beeld,
dat op het meer der droomen speelt
als Venus op het schuim der baren.

Bezieling beeft in 't scheppend stift;
uit duisternis is licht geboren
en heerlijk zal uw droombeeld gloren
in 't blijvend metaal gegrift!

Wen koortsig dan uw oogen branden
het bloed, als vuur, door de aadren vloeit,
de polsen zwellen, 't hart gloeit,
de denkkracht rekt heur aardsche banden;

en toch géén kleur, géén klank, géén woord
uw denken, voelen, kan verkonden,
en de onmacht bloedt uit duizend wonden
en 't zinkend oog niet langer gloort;

spreek nimmer, vriend: "Vergeefs dat gloeien
voor 't schoone!" Zwelg dien wanhoopskreet!
't Is logen! 't Heilig menschenzweet
deed barre woestenijen bloeien ...

Zie daar ge stervend waant uw gloed
en droog de milde levenswellen, -
zie eindloos breed uw strofen zwellen ...
het is uw merg, het is uw bloed!

't Is wen, om 't zielloos werk verbitterd,
't geloof in eigen krachten faalt,
dat soms in 't hoofd een bliksem straalt,
die door den nacht der eeuwen schitter.


1888

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.