Leier und Schwert

Prosper van Langendonck

Wie kühne Krieger jetz, mit Glut blick trutzend, In Reihn sich stellend, heben ihere Schäfte. So stell auch Krieger, zwar nur nachgeäffte, Geharnischte Sonette ein paar Dutzend.

Rückert

Toen Rome, losgestormd op volksverderven,
Germanjes woudenzoom ging overschrijden,
greep 't koor der barden Wotans lof gewijden,
én knots én harp om lauwren te verwerven.

Geen harp slechts om den bloedgen kamp te omzwerven
en, andren prikklend, slag of stoot te mijden;
wie 't strijdlied zong moest zelve durven strijden,
wie heldendood verhief, zelf kunnen sterven!

U, Koerner, roem! die Duitschland warm gezongen,
en 't bliksemstraal met heldengreep gewrongen,
en 't gloeiend schrift hebt met uw bloed bezegeld.

Maar hij, wiens jagend hart in drift ontbrandde,
die slechts sonetten heeft ten strijd geregeld,
hij wees onsterflijk tot zijn eeuwge schande!


15 Juli 1890

[Eerste staat] [Tweede staat] [Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.