Schepping

Prosper van Langendonck

Omruischt van zangrig bladgefluister,
door 't mystisch spel van licht en duister
  omtinteld met een stalenkrans,
komt ge als een nevelschim gegleden,
nog vormloos ver ... maar diep aanbeden
  in uw aanstaanden schoonheidsglans.

'k Voel uw bezielende adem waaien
van verre.  Zie! de bloemen zwaaien
  u 't kleurig, reuzig geurenvat.
't Hosannah dreunt van boog tot bogen
of 't woud, in twijg en stam bewogen,
  met mij u huldigde en aanbad.

Gij zijt gekomen ... heel mijn wezen
trilt vreugdedronken ... 'k grijp - gerezen
  tot u - naar u, zoo trouw verwacht,
ter vuurge omarming ... vruchtloos pogen!
Uw vorm is wind ... uw schijn is logen ...
  een hersenschim ... een droomgedacht ...

O! heerlijk beeld der ijdle droomen!
'k Wil u doen leven, u doorstroomen,
  u sterken met mijn levensgloed:
mijn vleesch zal smelten, 't harte bloeden,
om u te vormen, u te voeden,
  mijn eigen kind, mijn vleesch, mijn bloed!

en 'k juich, daar de adem mijner longen
uw borst doet golven, - opgedrongen
  van al wat mij daarbinnen beeft;
daar u de bloedstraal van mijn harte
dooradert, - u mijn liefde en smarte
  en hooger hoop in de oogen leeft.

Uw blik, waar donkre glanzen zweven,
voert op een stroom van wonder leven
  mijn ziekelijken schoonheidszin.
Kom! laat het waas van stille droomen
zachtlokkend om uw teerheid droomen
  en treê, hooghartig, 't leven in.

Mijn kind! Geen liefde moet ge er winnen:
geen kan u toch, als hij, beminnen,
  wiens hart u sprong tot levensbron;
maar, hem begrijpend in uw wezen,
zal m' in uw sprekende oogen lezen
  al wat hij-zelf niet zeggen kon ...


1891

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.