Hoe eindloos lang...

Prosper van Langendonck

Hoe eindloos lang die nachten van ellende!
hoe lang nog in 't verschiet de dag die naakt,
nu 'k, uit den korten koortsdroom half ontwaakt,
mij oprichte en den blik naar buiten wende.

't Is dag, maar toch geen dag voor mij, die kende
den vollen luister, die 't Heelal doorblaakt;
zie, alles treurt zoo mat, zoo dor, zoo naakt...
Maar dat de zon me een enklen hoopstraal zende

en 't schijnt me of weder, in 't verdord gemoed
iets op gaat wellen en zijn vreugde spreiden
in en rond mij in gouden zomergloed.

En 'k wou zoo graag de minnende armen breiden
en weer het gansche leven benedijden,
met al zijn smarten nog in kracht zoo zoet.


1895

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.