'k Wou laten

Prosper van Langendonck

'k Wou laten wat me aan leven rest uitvloeien
in melodie zoo teer als 't zacht geklater
der spelensmoede bron, in 't groote water,
na schuimend stortgedruisch of kronklend stoeien,

heur laatste leven loozend... Want wat baat er
mijn harte nog, nu al zijn edel gloeien
on niet is en géén hoop het meer kan boeien
dan zoete dood wat vroeger of wat later?

Ik heb zooveel bemind met grooten hartstocht;
mijn ziel, die 't hoogste in vreugde en 't hoogste in smart zocht,
zinkt machtloos tot op de onderlaag van 't leven,

en vraagt nog enkel, na dat rustloos wanken,
zij die zich in haar volheid zocht te geven,
wat rust, en sympathie, en zoete klanken.


1895

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.