De orgeldraaier zingt:

Prosper van Langendonck

Ik draag lans 's Heeren straten
  mijn klagend orgel om,
en zing, op droeve maten,
  mijn eigen 't wellekom.

'k Zing afgezaagde zangen
  van "een gebroken hart",
van "onvoldaan verlangen"
  en "onbegrepen smart".

't Volk luistert, onverschillig,
  naar 't lied, van ouds bekend;
soms reikt me een vrouw goedwillig,
  een kruimel of een cent.

Soms waant met te vermoeden
  't leed van den armen man:
kon de één mensch ooit bevroeden,
  wat de andre voelen kan?

En 'k draag, door straat en stegen,
  mijn klagend orgel heen,
en voel me, in 't drukst bewegen,
  zoo moedermensch alleen.


October 1896

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.