Wezembeek

Naar de hoogte

Prosper van Langendonck

Zachtlijnig glooit het veld van gouden graan
naar 't luchtblauw, diep in zomergloed verloren,
met ruischende aren, die geleidlijk gaan,
in kollen openwentlend. - Heldre choren
vol klank- en kleurenspel, o eeuwig lied
der moederaarde, die heur schatten giet
in d'overvloed van 't wiegewagend koren.

Door 't koren gaan we en ons omlispelt stil
't listig geritsel van de ruischende aren:
de schelle krekel, die niet zwijgen wil,
sjirpt fijn, uit elke vore, op schrille snaren.
Nauw luide en hoorbaar daalt, uit de eindloosheid,
een ver gehelm van voogden, en heel wijd
komt een dun wolksken in de lucht gevaren.

O rijpe en rijpe rust, o korenveld!
Gij groeide, uit werk en liefde, in heil en wilde.
De aar buigt den halm terneêr, met zacht geweld.
Fluks pikt een leeuwrik, die door 't koren speelde,
een korrel en wipt op en zingt, en zie:
't gaat alles mede, in stijgend' harmonie
met 't lied, zoo zoet als nooit nog vogel kweelde.


12 Juli 1900

[Wezembeek 2: Op de hoogte] [Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.