O laat me...

Prosper van Langendonck

O laat me eerbiedig tot u komen,
  die staamlend voor u nederboog,
en in mijn oog de blikken stroomen,
  in vollen lichtstroom, uit uw oog;
ik kwam door nacht en storm getogen;
  mijn borst is zwaar, mijn voet is loom;
maar slechts één hoopstraal uit uwe oogen,
  en 't àl hergloort: één lentedroom...

O laat me eerbiedig u genaken,
  van liefde bevend en ontzag,
en uw gewijde handen raken,
  en schuchter opzien naar uw lach:
dees lippen, die schier nooit eens lachten,
  dit harte dat van weedom brak,
ontloken, met verjongde krachten,
  of nauw Gods woord de schepping sprak.

O laat me eerbiedig u aanstaren,
  die biddend voor uw voeten kniel,
om in één enklen blik te ontwaren
  uw heele wezen, vorm en ziel:
mijn heele wezen zou 't bezielen,
  dat thans langs duistre wegen zwicht,
en, boven 's levens stormend wielen,
  het heffen in uw glanzend licht.


[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.