Heel den morgen...

Prosper van Langendonck

Heel den morgen draafde ik doelloos
en voor aarde en àl gevoelloos
   door het schichtig sparrenwoud,
draafde ik, draafde ik uren, uren.
in gestadig verder turen
   en in droomen duizendvoud.

En nu, moe van 't doelloos dwalen
zonder ruste of ademhalen,
   zonk ik, zacht ter ruste neêr: -
diepe rust hier, in die diepe
wouden, of daar alles sliepe
   en nooit ontwaakte, - nimmermeer...

En ik dacht, o woud, o heide,
magere akker, schaarse weide
   van die Kempen, dor en schraal,
aan 't bedachte en kloeke volk, dat,
- zacht van zede en aard - geen tok had
  van zijn hart dan zijne taal;

- hoe dat volk hier eeuwen leefde,
voor zijn karig leven streefde, -
   over d'oorlogskling gejaagd,
uitgebrand, - gemoord, -gezogen,
en weer arbeidde, ingetogen,
   stoer, halsstarrig, onversaagd;

- hoe, tot steun en weer gedreven
van zijn innig zieleleven,
   toch eens, uit dat rijk gemoed,
effen als de vlakte en wonder-
diep als 't sluimrend woud, van onder
   't bloed omhoog joeg, ziedend bloed;

- hoe de ziel dier stille Kempen,
door geen macht of list te dempen,
   opstoof als het heidezand,
met een toomeloos geweld en
over heiden, bosschen, velden
   uitsloeg als een zomerbrand

Grootsche strijd, zoo kloek gestreden!
Grootscher nederlaag, geleden,
   - Boeren! - onder de overmacht!
op der heide bloemenbaren
zie 'k uw groote schimmen varen
   als een stomme paardenjacht....

Door der wouden heimlijkheden,
plechtig ruischend vand 't verleden,
   waar de toekomst zich bereidt,
kwam ik droomend, ingetogen,
vol van de eeuwen die vervlogen
   en van 't lot dat ons verbeidt.

En ik droeg in 't harte mede
àl de kalmte en àl den vrede
   van dit stille Kempenland,
met zijn taaiheid, met zijn vroedheid,
met zijn uiterlijke zoetheid
   en zijn diepen zielebrand.


Oct. 1897

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.