Mei

Prosper van Langendonck

En door de lichtbegraasde wei,
in 't vonklend kleed van d'uchtenddauw,
komt flink en frisch de fiere Meid
en blaast de luchten lind en lauw.
Lange bosschen, heuvlen, vlakte en dal
zwaait hij zijn groenen looverhoed
en luidend' hymnen van kristal
weerkaatsen wijd zijn morgengroed.

Met goud van vlammen, nooit gebluscht,
doortintelt hij den Lentedag.
Hij lacht; 't is louter levenslust
en bloemenlach en zonnelach.
En de aarde deint in weelde en kracht
en breidt heur golvend groene sprei
voor d'eedlen Minnaar, trouw verwacht,
dan blonden Mei, den fieren mei.

Plechtstatig stijgt een breed geruisch
als traag aanzwellend orgelklank,
vol bladgefluister, beekgebruis
en licht en geur en vogelzang.
Geen harte zwijgt, hoe mat en koud,
en schel, uit alle borsten, schiet
het steedsgezongen, 't eeuwenoud
en eeuwigjonge liefdelied.


1901

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.