Die Lotusblume

Prosper van Langendonck

Zing mij dat lied, uitzinnig van verlangen,
  en toch zoo zalig drijvend lotuslied,
waar Heine's ziel in Schumans's wondre zangen
  al de onvoldaanheid van haar liefde giet.

Want aan uw mond, die smart en zegen biedt,
  blijft heel mijn wezen blijde of treurig hangen,
wanneer de volle vloed der klanken vliet
  in teere vreugde of zonderling bevangen.

Zoo deint, met 'n wislend leven, 't zachte gestreel
  van 't golvend lied; wij proeven lust en lijden,
die, beurtlings overslaande, in licht gespeel,
  als boutjes door de levensdraden glijden,
en spinnen zuur en zoet, naar 't harte mint...
Wat vult de ziele, die op 't Eeuwge zint?


6 Juli 1902

[Prosper van Langendonck pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.