Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

Aenvechtinge

Ick heb om u genaed' o grote God, gebeden,
Maer och! ghy hebtse my in mijnen druck ontseyt.
Ick heb geroepen om u milde goedicheyt,
Maer hebse niet gevoelt in mijn ellendicheden.

Ick heb om uw liefd' geworstelt en gestreden
Maer hebbe te vergeefs daer lange na gebeyt.
Ick hebbe dick gesocht u mede-dogentheyt,
Maer en verneemse niet tot op den dach van heden.

Hoe licht cost u genae bekeren mijn gemoet.
U liefd' en goedicheyt my trecken tot het goed'.
U mede-dogentheyt vant quade my bevrijden.

Eylaesl wat seg'ick Heer! dewijl mijn herte tracht
Na uwe soeticheyt, so heeft daer in gewracht
U goetheyt, u genae, u liefd', u medelijden.


Bron: Bloemlezing uit de Over-Ysselsche Sangen en Dichten van
Jacobus Revius / J. Revius, W.J.C. Buitendijk, J. van
Vloten. - Derde oplage. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie,
[s.a.]. - (Klassiek Letterkundig Pantheon ; 78)
Bundel: Over-Ysselsche sangen en dichten. - Deventer, 1630/1634
Amsterdam

Coster-pagina