Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

Bondelken myrrhe

De myrrhe weert mijn Coninck wiert geschoncken
Eerbiedich, doe hy inder cribben lach
Hoewel aen hem geen luyster men en sach
Noch van gesteent' sijn clederen en bloncken.

Den myrrhen-wijn mijn liefsten heeft gedroncken
Met bitterheyt gevoet den heelen dach
Doe hy betaeld' het droevige gelach
In diepen druck om mijnentwil gesoncken.

In myrrhe groen mijn liefste was om-wonden
Doe in het graf, vol strepen en vol wonden,
Sijn lichaem lach bewaret voor den stanck.

Van dese myrrh' een tuylken van dry struycken
Ick op mijn hert, ja in mijn hert wil luycken
Mijn siel tot troost, mijn lief tot eer en danck.


Bron: Bloemlezing uit de Over-Ysselsche Sangen en Dichten vanJacobus Revius / J. Revius, W.J.C. Buitendijk, J. vanVloten. - Derde oplage. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie,[s.a.]. - (Klassiek Letterkundig Pantheon ; 78)
Bundel: Over-Ysselsche sangen en dichten. - Deventer, 1630/1634

Coster-pagina